Hepatocellulair carcinoom (HCC)
Wereldwijd is het HCC de meest voorkomende tumor uitgaande van een solide orgaan. Per jaar overlijden wereldwijd meer dan 1.000.000 mensen aan de ziekte. In Nederland is het een zeldzame kwaadaardige tumor, maar wel de meest voorkomende primaire kwaadaardige levertumor. De hoge sterfte van HCC is grotendeels te wijten aan het feit dat het HCC vaak voorkomt in combinatie met levercirrose (80% van de patiënten met een HCC heeft levercirrose).
Vroege detectie vindt alleen plaats als toevalsbevinding of in het kader van screening van hoog risico patiënten. Bij de meeste patiënten presenteert de ziekte zich echter in een laat stadium en bij aanzienlijke geassocieerde levercirrose. In deze late stadia kunnen klachten aanwezig zijn zoals doffe pijn in de rechter flank en geelzucht. Voor nauwkeurige detectie en stadiëring speelt beeldvormend onderzoek een belangrijke rol. In de klinische praktijk wordt echografie gebruikt voor screening van de lever en wordt een CT scan of MRI scan gemaakt om een leverafwijking gevonden bij echografie nader te karakteriseren.
De behandelingsmogelijkheden hangen af van het stadium van de tumor op het moment van de diagnose. De enige kans op genezing (curatie) vormt een operatieve ingreep waarbij een deel van de aangedane lever wordt verwijderd (hem-hepatectomie) of transplantatie. Helaas is dit, vanwege de uitgebreidheid van de ziekte, slechts bij 20% van de HCC patiënten mogelijk. Een kleine groep, d.w.z. patiënten met maximaal drie tumoren tot 3cm, komt in aanmerking voor radiofrequente ablatie (RFA). Het overgrote deel van de patiënten wordt behandeld met een therapie met palliatieve intentie. De nadruk ligt bij deze therapieën op het verlengen van de levensduur, maar minstens zo belangrijk is het waarborgen van de kwaliteit van leven. Zowel trans-arteriële chemoembolisatie (TACE) als intra-arteriële radioembolisatie met Yttrium-90 microsferen, kan voor dit doeleinde worden ingezet.